In 1968 overleed Engel Jacobszn Zwart (Epifo), geboren 25 december 1878 te Egmond aan Zee. Engel liet zijn verhaal, met de hand geschreven, achter in een schoolschriftje. Dit verhaal is uitgewerkt door de Echtgenote van de heer Jan Sander en heeft een plaatsje gekregen in het in 1977 uitgegeven, door Peter Gerritsen geschreven boek “Het kleine ‘derp’ en de grote zee”. Omwille van de leesbaarheid heeft Gerritsen een eigen draai aan het verhaal van Engel gegeven. Hieronder een transcriptie van het handgeschreven verhaal.

En nu zal ik dan eens beginne met het ongeluk, dat Kos Zwart de Beer werd hij genoemd met de motorlogger Johanna. Hij was thuis varende met 26 last haring aan boord en een Z.W. wind en waarschuwde nog een Scheveninger logger dat zij door de wind moeste gaan en dat deed die logger dan ook en hij bleef nog even gaan en stoote aan de grond En kwam bepaald in de Terschellinger gronden.
Nou hebben die menschen zich bepaald erg zeeniwachtig gemaakt om direkt die boot uit te zetten. Nou heb ik er gelukkig niet persoonlijk bijgeweest dus schrijf ik dat maar op vermoede dat het zoo gegaan is,Maar nou ken ik maar niet begrijpen dat de moter nog stond te draaien dat zij de boot uitzetten en alles met zoon haast in de boot gegaan zijn en dan het heele schip volk, dat de erkulese vanglijn in de schroef gekomen is Hun aller ongeluk is geworde. Was het een touwen vanglijn geweest konde ze hem afgesneede hebben en dan kon het misschien beter afgeloopen hebben. Maar de boot werd naar beneede getrokken en moeste de menschen zwemmende de wal berijken en zoo hebben ze hallen de dood gevonden want die gronden liggen een heel stuk zee en de meeste konde niet zwemmen en dan door de branding heen had dat toch geen baad geweest
Nou voer ik die tijd op de Dirk Jacobus en kwamen binne met een mooi schip haring. En voer Jaap van Ros( of Bos) ook bij ons. En vroeg aan mij Engel kan ik mij even scheren bij je achterin. Welja ga je gang maar hoor En met dat hij achterin zou gaan komt er iemand aan boord en bracht aan Jaap die tijding van dat ongeluk van zijn zwager Kos.
Nou dat kan je begrijpen wat voor hem en ook voor ons alle was. Het heele schip volk weg. Dus zn zwager Gerrit ook met zn kleine jongen. Nou toen hebben wij eerst het schip gelost en konde toen naar huis gaan. En hebben ander daags nog een paar menschen bij de begraafenis geweest. daags te vooren waren er ook de schipper en Gerrit van Poontje met 2 kinderen begraven. Ja dat was ook een treurtoneel in dat huis drie kisten. De vader in het midde en 2 jongens aan elke kant.
Dokter Schippers was bang dat die vrouw malzou worden( Jans van Gerrit van Poontje). t was ook een vreeselijke slag voor zn vrouw hoor. En toen ben ik en Dries van tGasthuis naar Leendert van J. van Blokki gegaan om te kondeleeren en hij lag met zn zwarte baard in de kist en Jopie zn vrouw deed even aan zn baard en viele de zandkorrels op zn kussen en moest snmiddags begraven. en ook witte Willem en bij die begravenis zijn wij dan ook geweest. Maar er zijn die niet aangkomen zijn .
Dat was Gerrit een broer van de schipper en Teun van Poontje en dan jongens van de Hoef die namen ken ik niet zo goed. En laat ik je zeggen dat ze de logger afgehaald hebben en dat er niets aan mankeerde. De schipper zn pijpje lag nog op de tafel achter in en de pan met gebakken haring nog op de kachel.
Als je dat dan eens bedenkt dat die lui zoo zeeniwachtig van boord zijn gegaan En alle de dood vonde Kan je dat gewoonweg niet begrijpen. En ik heb zelf later nog op dat zelfde schip gevaren bij Arie de Graaf mijn neef. Nog 5 reizen met de trol en 2 met de vleet. En toen later kreeg Pieter van Jan dat schip en is met dat schip gebleven dus zijn er 2 schepen met volk de dood gevonde. Zoo kan een mensch zn leiding in de wereld hebbe , want ik was toen ook thuis dat P. Glas nog volk zocht en kwam mij op zeekere keer tegen in de voorstraat maar hij vroeg mij niet.
Trots wij altijd vriendelijk tegen elkaar waren. En dat heb mijn geluk geweest, Misschien als ik zelf aan hem gevraagd had dan had ik wellicht bij hem geweest. zoo kan je weer zien. De mensch bedenkt zijn weg Maar God bestuurd zijn gangen. En dat is in mijn leven meer dan eens uitgekomen. En zoo is deze geschiedenis weer ten einde.
Jan Sander is actief met de historie van de Egmondse bomschuit en met de zgn. Egmonder pinck. Dit is een varende reconstructie van een visserspinck uit 1670. Zie hier voor de website www.pinck.nl.
