De Doggersbank (noord)

De Doggersbank (ook Doggerbank) is een ondiepte in de Noordzee, ten oosten van Noord-Engeland. De zandbank ligt noordwestelijk ten opzichte van Nederland. De aanduiding ‘dogger’ is afgeleid van het Middelnederlandse woord ‘dogger’, dat vissersboot betekende, met name voor de kabeljauwvangst.[1]

De bank is bijna 300 kilometer lang en bevindt zich zowel in het Britse, Deense, Duitse, als Nederlandse deel van het continentaal plat. Hij is ontstaan tijdens de laatste ijstijd. De Doggersbank rijst uit circa 40 meter diep water op tot 13 meter onder de zeespiegel, en is dus circa 27 meter hoog. De bodem bestaat grotendeels uit zand. Ten noorden ervan liggen de Fladengronden.

De bekende schrijver van kinderboeken K. Norel schreef een drietal boekjes over De Dogegrsbank. Zie hier een korte weergave?>

Vliehors

De Vliehors is een uitgestrekt natuurgebied op het Nederlandse waddeneiland Vlieland.

Vliehors is een verbreed strand van ongeveer 24 vierkante kilometer, dat voor een groot deel nu in gebruik is als militair oefenterrein van de Koninklijke Luchtmacht (KLu), het enige in Nederland waar vliegers van de KLu en NAVO-partners mogen oefenen met munitie en explosieve ladingen.

De zandplaat is gelegen op de westelijke helft van het waddeneiland. De operationele benaming van de Vliehors is Cornfield Range.

Johanna

In 1916 werd de in opdracht van de IJmuidense vishandelaar en reder Jan Visser Hzn. de motorlogger “Johanna” IJM290, gebouwd bij de werf ’s Lands Welvaren te Vlaardingen. De motorlogger werd op 14 juni 1916 te water gelaten.

Het schip werd door de eigenaar ondergebracht in N.V. Loggermaatschappij “Johanna” en was speciaal gebouwd voor de haringvisserij. Haringloggers visten met de vleet.

Het schip is twee keer bij een scheepsramp betrokken geweest. Op 14 oktober 1916 strandde het schip op de Vliehors, waarbij de bemanning omkwam toen hun reddingssloep omsloeg. Drie jaar later, op 18 maart 1919, verging het schip met man en muis op de Noordzee, vermoedelijk nadat het op een zeemijn was gelopen.

Jan Visser Hzn.

In 1893 vestigde Jan Visser Hzn. (Janbuur) zich in IJmuiden als vischhandelaar. Naast de vischhandel met onder meer export naar België en Duitsland begon Jan Visser in 1900 met de import van natuurijs uit Noorwegen.
Ten gevolge van de toenemende aanvoer van verse vis kreeg deze ijshandel weldra een zo grote omvang dat een vaste veertiendaagse dienst met stoomschepen uit Noorwegen nodig was. In 1909 werd door Visser de Visscherijmaatschappij
“N.V. Vooruitgang” opgericht. De heer Jan Visser Hzn. begon in 1909 met de aankoop van een tweetal trawlers uit Engeland. Dit aantal groeide in de jaren erna gestaag uit. De IJM 290 was een van de motorloggers uit de vloot van de rederijen van Jan Visser Hzn.

IJM 290

De thuishavens van vissersschepen zijn af te leiden van de letters die voor op het schip zijn aangebracht. Zo komt de IJM 290 (soms ook weergegeven als YM 290) uit IJmuiden. De codes van vissersvaartuigen bestaan uit maximaal drie letters gevolgd door maximaal drie cijfers. Een code is op het moment van uitgifte uniek voor een vaartuig. Wel kan het voorkomen dat dezelfde code eerder is uitgegeven voor een ander vaartuig dat is vergaan, gesloopt of niet meer onder dat nummer is geregistreerd.

Een mooi verhaal

In 1983, verscheen een bericht, van de hand van Dirk van Duijn, in de Zandvoortse kroniek “De Klink” dat veel raakvlakken heeft met de geschiedenis van “Maartje Paap” en eigenlijk haar voorouders.

Vermoedelijk is de schrijver van het verhaal een kleinzoon van Alida Paap, een zus van de Opa van “onze” Maartje Paap. Dirk en Maartje zijn dus generatiegenoten!

Om het verhaal nader te duiden in relatie tot de website IJM290.wordpress.com, die mede een zoektocht is naar het verleden van Arie Paap, die in 1919 met de “Johanna” IJM290 verging, heb ik wat aanvullingen geplaatst. Het verhaal is hier terug te lezen (open PDF)

Nader DNA onderzoek

In Maart 2019 werd ik benaderd dor het Cold Case team van de politie te Leidschendam. Men had wederom een aanwijzing tot een mogelijke match maar om die bevestigd te krijgen was er aanvullend DNA onderzoek nodig. Dankzij de medewerking van Joke de Wit werd ook uit de vrouwelijke lijn een DNA monster beschikbaar gesteld. Nadat het monster was afgenomen is het NFI ermee aan de slag gegaan. Helaas kon ook nu geen nadere match gemaakt worden en blijft het bij een “kleine aanwijzing”. Letterlijk als feedback van de politie:

“Zoals belooft een mail met de uitslag van het NFI met betrekking tot het DNA onderzoek aan het celmateriaal van Joke De Wit – Hill.

Helaas hebben we niet de gehoopte uitslag gekregen.

Ook nu kon het NFI niet tot een identificering komen en blijft het bij een geringe aanwijzing.”

Fatale ramp Johanna, IJM290

Het was een graad of 4 met een beetje wind op zaterdag 15 maart, als de Johanna, IJM 290 uitvaart. Aan boord 8 zeelieden. 5 daarvan, inclusief schipper Pieter Glas en zijn zoon Klaas en neef Rong Konijn, kwamen van Egmond aan Zee. De stuurman P. Molenaar en Arie Paap kwamen van Zandvoort en J. Jansen uit IJmuiden. Zoals gebruikelijk zette de Johanna koers naar de Doggersbank. De Doggersbank is een ondiepte die zich uitstrekt over de Engelse, Nederlandse, Duitse en Deense delen van de Noordzee. Het is een visrijk gebied waarop veel op haring gevist werd.

Het was nog maar nauwelijks 4 maanden eerder dat (op 11 november 1918) er een officieel eind aan de Eerste Wereldoorlog kwam. In een bos bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs, werd die dag de wapenstilstand gesloten.

Dat liet onverlet dat de gevolgen van de oorlog nog jaren lang gevoeld werden. Nederlandse koopvaardijschepen werden getorpedeerd en vissersschepen liepen op zeemijnen. Alleen al in Scheveningen lieten 300 vissers het leven.

Op 21 maart 1919 legt de sleepboottrawler ‘Marie Cornelie’  IJM 264, in de haven van IJmuiden aan en rapporteert de bemanning een vreselijk ongeluk waar ze kort daarvoor ooggetuige van is geweest. Op Dinsdag 18 maart, half zes namiddag is de bemanning getuige geweest van het vergaan van een visserschip, enige mijlen Noord-Oost van Doggersbank-Noord.  Men hoorde een ontploffing, zag een rookzuil en daarna niets meer. Kort tevoren had men op die locatie een Logger vischende gezien. In het Rotterdamsch Nieuwsblad van 4 april 1919 wordt deze gebeurtenis toegekend aan het niet terug komen van de IJM 290 ‘Johanna’, hetgeen ook later door de autoriteiten is overgenomen …

Een tweede, fatale ramp overkwam de Johanna, IJM290 en haar gehele bemanning…

Honderd jaar na scheepsramp Johanna: “Overgrootvader heeft een gezicht gekregen”

Via de website besteedt RTV Noord-Holland weer aandacht aan de ramp met de IJM290, Johanna.

Klik hier om de door Carolien Hensbergen gemaakte reportage te zien. (deze wordt op 14 maart vanaf 17.10 uur tevens op TV Noord-Holland uitgezonden)

Notificaties toestaan OK Nee bedankt