Het was een graad of 4 met een beetje wind op zaterdag 15 maart, als de Johanna, IJM 290 uitvaart. Aan boord 8 zeelieden. 5 daarvan, inclusief schipper Pieter Glas en zijn zoon Klaas en neef Rong Konijn, kwamen van Egmond aan Zee. De stuurman P. Molenaar en Arie Paap kwamen van Zandvoort en J. Jansen uit IJmuiden. Zoals gebruikelijk zette de Johanna koers naar de Doggersbank. De Doggersbank is een ondiepte die zich uitstrekt over de Engelse, Nederlandse, Duitse en Deense delen van de Noordzee. Het is een visrijk gebied waarop veel op haring gevist werd.
Het was nog maar nauwelijks 4 maanden eerder dat (op 11 november 1918) er een officieel eind aan de Eerste Wereldoorlog kwam. In een bos bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs, werd die dag de wapenstilstand gesloten.
Dat liet onverlet dat de gevolgen van de oorlog nog jaren lang gevoeld werden. Nederlandse koopvaardijschepen werden getorpedeerd en vissersschepen liepen op zeemijnen. Alleen al in Scheveningen lieten 300 vissers het leven.
Op 21 maart 1919 legt de sleepboottrawler ‘Marie Cornelie’ IJM 264, in de haven van IJmuiden aan en rapporteert de bemanning een vreselijk ongeluk waar ze kort daarvoor ooggetuige van is geweest. Op Dinsdag 18 maart, half zes namiddag is de bemanning getuige geweest van het vergaan van een visserschip, enige mijlen Noord-Oost van Doggersbank-Noord. Men hoorde een ontploffing, zag een rookzuil en daarna niets meer. Kort tevoren had men op die locatie een Logger vischende gezien. In het Rotterdamsch Nieuwsblad van 4 april 1919 wordt deze gebeurtenis toegekend aan het niet terug komen van de IJM 290 ‘Johanna’, hetgeen ook later door de autoriteiten is overgenomen …
Een tweede, fatale ramp overkwam de Johanna, IJM290 en haar gehele bemanning…